320 Metselmortel voor zuigende stenen
Productomschrijving:
Beamix Metselmortel 320 is een fabrieksmatig vervaardigde droge mortel, op basis van EN 998-2. Metselmortel in de mortelklasse M5 en metselmorteltype A volgens NEN 6790: 2005 (TGB steen). Om smetten tot een minimum te beperken zijn onderstaande kleuren leverbaar:
MM 320- wit
MM 320- geel
MM 320- oranje
MM 320- rood
MM 320- bruin
MM 320- antraciet
Toepassing:
het vermetselen van bakstenen met een zuigend vermogen
het vermetselen van porisostenen
het vermetselen van kalkzandstenen van Nederlandse herkomst voor dragend en niet-dragend werk binnen
Voor voegen van 10mm
Speciale
eigenschappen:
- Smeuïge metselspecie
- Prettig invlijen van de stenen
Classificatie:
- Mortelklasse: M5
- Brandklasse: A1
- Metselmortel voor algemene toepassing (G)
- Voegdikte: > 10 mm en ≤ 12 mm
- Morteltoepassingstype: A
Verpakking:
zak van 25 kg
Verbruiksgegevens:
25 kg geeft ± 15 liter specie en is voldoende voor ± 0,5 m2 halfsteens metselwerk waalformaat zonder perforaties. Zie ook verbruikstabel.
voegdikte verbruik per m2
- waalformaat (210X100X50) 12 mm ± 51 kg
- dikformaat (210X100X65) 12 mm ± 44 kg
Genoemde verbruiken zijn gebaseerd op praktijkgegevens en dienen slechts als indicatie. Er is geen rekening gehouden met eventuele perforaties in de steen.
Gebruiksaanwijzing:
a. Voorbereiden
Te droge of te natte metselstenen leiden tot slechte hechting. Te droge metselstenen daags vóór verwerking bevochtigen.
b. Aanmaken
Gebruik 3,4 tot 3,8 liter leidingwater voor 25 kg. Meng bij voorkeur in een speciemolen of gebruik een boormachine met roerspindel. Doe eerst 75% van de totale waterhoeveelheid in de speciemolen of kuip en daarna de droge mortel. Voeg tijdens het mengen het restant aan water toe tot een prettig verwerkbare specie. Meng ± 3 minuten met speciemolen of boormachine met roerspindel. Bij handmatig aanmaken, ± 5 minuten mengen.
c. Verwerken
Verwerk de specie boven 0°C. Aangemaakte specie is ± 2 uur verwerkbaar. Vul lint- en stootvoegen volledig. Bij achteraf voegen: krab de metselspecie tijdig rechthoekig uit waarbij de uitkrabdiepte gelijk is aan de gebruikte voegdikte. Bij verdiept voegwerk moet zoveel dieper worden uitgekrabd als de voeg verdiept moet komen te liggen. Om smetten te voorkomen, de specie pas uitkrabben als deze voldoende is aangetrokken. Dit moment hangt af van de zuigvermogen van de steen en omgevingstemperatuur.
d. Nabehandelen
Bescherm bij schraal, warm en winderig weer het metselwerk tegen tocht en uitdroging. Doe dit door het metselwerk af te dekken met plastic folie of houd het metselwerk regelmatig vochtig met een waternevel. Bescherm het jonge metselwerk bij langdurige regenval tegen overmatige wateropname door afdekken, ter voorkoming van witte uitslag en het uitspoelen van fijne delen. Bescherm het jonge metselwerk tegen kans op bevriezing. Bij achteraf voegen: laat, om de kans op uitbloeien te voorkomen, het metselwerk minimaal 2 weken uitharden alvorens te voegen.
e. Reinigen
Het gebruikte gereedschap kan met water worden gereinigd. Verhard materiaal kan alleen mechanisch worden verwijderd.
Houdbaarheid:
Houdbaarheid 12 maanden na productiedatum indien droog opgeslagen in de originele verpakking.