Saint-Gobain Weber Beamix B.V.
Hastelweg 161, Eindhoven
T. +31(0)40 259 79 11
F. +31(0)40 252 62 50
BeamixBouwAdvies - Een praktische bouwgids voor de vakmanMetzger  Weber Weber Metzger Ga naar de website
Ga naar de website
Achtergrondinformatie

Speciaal: Uitzetten en metselen van een segmentboog

Segmentboog en ontbinding van krachten bij rond- en segmentbogen

Segmentboog

Zijaansluiting (aanzet) van segmentboog

Segmentboog

Segmentboog zonder lange scherpe punten in het aansluitende metselwerk

Trekken van een segmentboog

Tijdelijke ondersteuning van segmentbogen met schenkel

Tijdelijke ondersteuning van segmentbogen met formeel

Halfrondboog met benamingen

Bogen worden niet vaak meer gemetseld. Wellicht omdat het (te) arbeidsintensief is. De vormen die nog het meest voorkomen zijn de segmentboog, de (half) rondboog en de korfboog. Hieronder zetten we uiteen hoe een dergelijke fraaie en ambachtelijke klus wordt aangepakt.

Een segmentboog is een gedeelte van een cirkel. De lijn AB in [Fig 27] snijdt van de cirkel een gedeelte af. Hoe ronder de boog, des te minder zijdelingse druk hij uitoefent. Gebruik de formule: a x a = b x c om de middellijn van de cirkel te berekenen. Hierin is a de halve overspanning, b de pijl en c de middellijn min pijl. De straal r is dan de helft van b + c.

Bepaal eerst het middelpunt P, [Fig 27]. In de vorige formule is b afhankelijk van de volgende voorwaarden: de kruin moet liggen tussen circa 10 mm tot een halve laag door de lagenmaat, [Fig 28], punt M in [Fig 29.1] moet stroken met een lintvoeg, omdat de visbek bij M in [Fig 29.2] niet te hakken en zelfs moeilijk te zagen is. Door de pijl van het middelpunt aan te passen of te verschuiven, kan een en ander beter uitkomen.

Pas nu de formule toe voor [Fig 28] :
a x a = b x c -> (a x a) : b = c
445 x 445 = 60 x c -> c = 198025 : 60 = 3300
De middellijn is b + c = 3300 + 60 = 3360 mm.
De straal is dan 3360 : 2 = 1680 mm.

Het begin (geboorte) van de boog hoeft niet met de lagenmaat van het opgaande werk samen te vallen. De mooiste oplossing is om bovenkant van de boog zo te kiezen dat je er met een 3/4 tot 1/2 laag overheen kunt metselen, [Fig 29.3]. Mocht dit niet uitkomen, dan kun je wellicht het begin van de boog ietsje verschuiven. Let hierbij op dat op punt M in [Fig 29.1] dat met een lintvoeg moet stroken.

TIP: lange, scherpe punten kunnen worden voorkomen door boven de boog enkele stenen verticaal te plaatsen, [Fig 29.5].

Maak voor een segmentboog boven een kozijn vooraf een uitslag. Omdat de boog aan de achterzijde steunt op het kozijn, hoeft alleen aan de voorkant een schenkel te worden gesteld, [Fig 30.1] die je met lijmtangen vastzet. Het afschrijven van de lagen gaat dan het gemakkelijkst.
Gebruik voor de ondersteuning een formeel met stutten (met wiggen) of schroefstempels als de segmentboog.

Metselmortelkwaliteiten en -typen

Afhankelijk van het soort metselwerk en de gebruikte stenen is een bepaalde mortelkwaliteit vereist. Op grond van de minimaal vereiste druksterkte worden mortelkwaliteiten onderscheiden.

Volgens EN 998-2: M1 - M2,5 - M5 - M10 - M15 – M20 – Md.

Daarnaast is er een onderverdeling naar morteltoepassingstype.


Morteltoepassingstype
MorteltoepassingstypeSpecifieke toepassing
Abuiten (vocht en vorst; waterkerend werk en alle werk in weer en wind)
BBinnen (droog werk binnen; dragend en niet dragend)
CWerk waarbij zekere vervorming door het metselwerk moeten kunnen worden opgenomen


boven een muuropening komt waarin geen kozijn is geplaatst, [Fig 31.2]. Bij dikkere muren worden er aan de ovenkant latjes op geslagen. Om de boog na het metselen uit te krabben, worden de latjes zodanig op lagenmaat op de schenkels bevestigd, dat de voegen bereikbaar zijn.