De laagdikte van de aan te brengen stuclaag hangt af van de vlakheid van de ondergrond. Dus hoe vlakker de ondergrond, des te dunner de stuclaag in principe kan zijn. Beton en binnenwanden van cellenbeton of gipskartonplaten e.d. zijn meestal vlak genoeg waardoor één dunne afwerklaag kan volstaan mits de ondergrond een gelijkmatig zuigend karakter heeft. Let er bij gipskartonplaten wel op dat ze voldoende ‘stijf’ op het onderliggende regelwerk zijn aangebracht en dat de naden worden voorzien van wapeningsgaas. Raadpleeg hiervoor de montagevoorschriften van de gipskarton-platenleverancier.
Bij niet helemaal vlakke ondergronden zoals schoon-, vuilof uitgehakt metselwerk of bij niet nauwkeurig uitgevoerd lijmwerk, kan de laagdikte op sommige plaatsen dikker of juist dunner zijn. Als deze niveauverschillen beperkt blijven tot ± 20 mm, kan de wand in één keer uitgevlakt en afgewerkt worden. Als de laag dikker moet zijn, zul je in twee lagen moeten werken. De eerste laag na het afreien altijd horizontaal doorkammen met een lijmkam. Dit zogeheten berapen van de wanden kan met een gipsmortel of kalkcementmortel.